| Gezondheid |
|
|
|
| Geschreven door Joan Zaman |
| vrijdag 30 april 2010 20:04 |
VaccinatieZoals alle huisdieren zijn ook alpaca’s gevoelig voor infectieuze ziektes.Tegen sommige van deze ziektes kan gevaccineerd worden, en het is dan ook ten zeerste aan te raden om dit te doen. Een goed management vraagt minimaal een vaccinatieschema voor Clostridium perfringens C/D en tetanus. De gevoeligste leeftijdsgroep voor Clostridium enterotoxemie zijn de veulens. Alpacaveulens zijn de eerste 2-3 maanden van hun leven afhankelijk van de antistoffen die ze meekrijgen van hun moeder, en deze verkrijgen ze bij de opname van biest tijdens de eerste 24 levensuren. Vaccineren op heel jonge leeftijd heeft niet veel zin, omdat het immuunsysteem van deze jonge dieren nog niet ontwikkeld is en geen antistoffen kan aanmaken. Een veulen dat voldoende goede biest heeft gedronken tijdens de eerste levensuren, is via een passieve immuniteit (want de moeder heeft de antistoffen aangemaakt) beschermd tegen de belangrijkste boosdoeners, dit gedurende een twee- tot drietal maanden. Ook daarom heeft het waarschijnlijk weinig zin om op jongere leeftijd voor de eerste keer te vaccineren, want interferentie met de moederlijke antistoffen zou verwacht kunnen worden. Een goede regel is om een alpacaveulen voor de eerste keer te vaccineren op 8-12 weken, met daarop volgend de tweede vaccinatie 4-6 weken later. Daarnaast is het ook verstandig om de merries op ongeveer één maand voor de geboorte te vaccineren. Dit om het antistoffengehalte in de biest te verhogen. Na deze start van het vaccinatieprogramma, wordt bij voorkeur 2 keer per jaar een booster gegeven, levenslang. Andere ziektes waartegen eventueel kan gevaccineerd worden, zijn Chlamydia en Blauwtong, maar dezen zijn van minder groot belang bij alpaca’s. OntwormingOnder omstandigheden van intensieve begrazing (i.t.t. de zeer extensieve begrazing in het Andes gebergte) wordt in een alpacakudde heel snel een hoge concentratie aan inwendige parasieten opgebouwd. In tegenstelling tot wat door sommigen wordt gedacht en/of beweerd, zijn alpaca’s behoorlijk gevoelig aan parasitaire infecties van maag en darm, veel gevoeliger dan onze meer bekende huisdiersoorten zoals schaap en geit. Deze parasitaire infecties kunnen soms zo ernstig zijn dat ze tot de dood van een dier leiden. Alle leeftijdsgroepen zijn gevoelig aan zowel wormen als coccidiose. Daarom is het ten zeerste aan te raden om een goed preventieschema voor parasieten op te stellen voor uw alpaca’s. Door regelmatig eenvoudige mestonderzoeken te laten uitvoeren kan de besmettingsgraad van de kudde makkelijk opgevolgd worden. Dit is een betere methode dan gewoon in het wilde weg te gaan ontwormen. Want in het laatste geval ontstaat er een risico voor resistentie. Het is onmogelijk om een veralgemeend ontwormingsschema te gaan opstellen, want elke situatie (bv. weidebezetting, mineralenbalans, leeftijd, drachtigheidsstatus, lactatie, leeftijd, geslacht, stressfactoren, etc…) is anders. De meest gebruikte schema’s zijn 2-4 keer per jaar ontwormen, afwisselend met ivermectine, doramectine en fenbedazole. Daarnaast kan indien nodig 1-2 maal per jaar behandeld worden tegen coccidiose. VoedingHet spijsverteringsstelsel van de alpaca is ontworpen om grote hoeveelheden vezelrijk plantaardig materiaal makkelijk te kunnen verteren. Dit doen deze dieren op een heel efficiënte manier, wat heel goed van pas komt op de schrale weides van de Zuid-Amerikaanse hoogvlaktes. In deze natuurlijke omstandigheden bestaat het dieet van deze dieren uit talrijke verschillende soorten grassen en kruiden, die vaak heel rijk zijn aan vitaminen en mineralen. Onder Europese omstandigheden is het natuurlijk niet mogelijk om hetzelfde rantsoen aan de dieren aan te bieden als onder natuurlijke omstandigheden in Zuid-Amerika, maar met een verstandige benadering is het toch mogelijk om een dieet samen te stellen dat voldoet aan de fysiologische eisen van de dieren. Het valt niet genoeg te benadrukken dat gras en hooi de absolute hoofdbrok moeten vormen van het rantsoen. Gras en hooi bestaan in verschillende kwaliteiten. Bepaalde kwaliteiten zullen bijvoorbeeld qua eiwitpercentage niet voldoen aan de behoefte (ongeveer 12% op DS-basis voor onderhoud, 15% op DS-basis voor lactatie, late dracht). In deze gevallen wordt aangeraden om ofwel een betere kwaliteit hooi te gebruiken, ofwel rijke eiwitbronnen zoals luzernehooi bij te voederen. Geconcentreerd koolhydraatrijk krachtvoer (bepaalde korrels, haver, maïs,…) moet absoluut tot een minimum worden beperkt! Het spijsverteringsstelsel is niet gemaakt om dit in grote hoeveelheden te verteren. Problemen zoals maagzweren, koliek, enterotoxemie, etc… zouden kunnen optreden. Een geschikte alpacabrok, die dagdagelijks aan de dieren verstrekt mag worden, bestaat voornamelijk uit vitaminen en mineralen. Koolhydraatrijk krachtvoer mag slechts in energie-eisende periodes (dracht, lactatie, groei, extreme koude,…) als extra energie- en/of eiwitleverancier worden aangeboden, maar dit dan steeds in beperkte mate. En dan nog is het, onder deze omstandigheden, aan te raden om bij te voederen met luzernehooi en bietenpulp in plaats van met dit koolhydraatrijke krachtvoer. We kunnen stellen dat er meer dan één juiste manier is om uw alpaca’s te voederen. Het rantsoen is uiteindelijk afhankelijk van verschillende variabele factoren zoals drachtigheidsstatus, grootte van de kudde, seizoen, geslacht, beschikbaarheid en prijs van voeders op de markt, etc… Daarom is het onmogelijk om een algemeen alpacarantsoen aan te raden dat overal en altijd van toepassing kan zijn. Kort samengevat: - Ruwvoer (gras, hooi) MIN. 80% - Vitaminen- en mineralenbrok MAX. 20% - Evt. luzernehooi en bietenpulp naargelang individuele behoefte |
| Laatst aangepast op woensdag 07 juli 2010 00:46 |